Het is geen algemene broedvogel. Het aantal broedparen is sterk teruggelopen. De meeste kans om ze te zien is in het najaar, tot ver in de winter, als ze op doortrek zijn. Ze trekken in verspreide groepjes, los van elkaar langs parken en bossen, als er maar voldoende beschutting is.
Half november was ik achteraan op de violenlaan blad aan het harken, toen er op nog geen 2 meter van mij vandaan, onder luid geratel een opvloog. Dat ik hem of haar, niet opgemerkt had is geen wonder. Deze vogel heeft een zodanig mooie schutkleur, dat je er zo voorbij loopt als hij in het dode blad of op een boomstronk zit. Hij drukt zich plat, en wordt één met zijn omgeving. Alleen als hij beseft dat hij ontdekt is, vliegt hij klapperend op, en schiet als een pijl uit een boog weg.
Zijn camouflagekleuren zijn prachtig. Alle denkbare tinten tussen geel, bruin, crème, geelachtig, grijs, roestbruin, roodbruin zijn aanwezig. Precies de kleuren van schors, grond of dood blad. Normaal vliegen ze handig en snel, zelfs in dichtbegroeide bosranden, maar soms vertrouwen ze helaas te veel op hun schutkleur, blijven te lang ‘gedrukt’ zitten en schieten dan weg, zonder de omgeving te overzien. Zo gebeurt het helaas vaa, dat ze dan de weg over willen vliegen en platgereden worden. Of ze knallen tegen een raam, een scherm of een muur. Op Nut en genoegen heb ik nu vijf snippen gezien, waarvan er é én dood. Mogelijk het werk van een vos of een andere rover. Als je dan zo’n bosje veren in je hand hebt, zie je pas hoe mooi ze zijn. Alle genoemde kleuren kunnen op één vleugeldekveer aanwezig zijn.
Het zijn naast mooie ook nuttige vogels. Met hun lange snavels keren ze stukjes schors om, prikken in de grond en in gevallen blad, steeds op zoek naar allerlei insecten en wormen. Het is jammer dat je ze pas ziet als ze opvliegen, want een houtsnip op je gemak bekijken is er zelden bij. Toch is het, als je er oog voor hebt, altijd weer een leuke verrassing, iets minder algemeens te zien, al is het maar in een flits. Dat deze vogels onze tuinen regelmatig bezoeken, komt door de toch wel dichte begroeiing. Zou alles keurig gespit en geharkt zijn, dan zouden ze zeker wegblijven, want van een kale omgeving moeten ze het niet hebben. Als u in deze tijd vroeg op de tuin bent, wie weet, misschien ziet u ze ook. Of heeft u er al één gezien? Ik wens u nog veel tuinplezier! 

Kees van Olst

Keer terug